KWALITEITSJOURNALISTIEK: EVERT EN IRENE VAN DE GROENE OVER 9-11

‘HET IS ZEKER NIET ONWAARSCHIJNLIJK DAT DONALD TRUMP 9-11 ZAL GAAN AANWENDEN ALS EXTRA REDEN WAAROM GEEN MOSLIMS MEER DE VS IN MOGEN’

HOE HET OOK KAN -EN GEWOON MOET- IS TE LEZEN OP ZEROHEDGE * OBAMA DOET ER NET ALS EVERT EN IRENE ALLES AAN DE BEERPUTTEN GESLOTEN TE HOUDEN

[wp_ad_camp_1]

Over een paar dagen is het vijftien jaar geleden dat de Verenigde Staten met aanslagen op de Twin Towers in New York en het Pentagon in Washington werden opgeschrikt door de grootste terroristische aanval op eigen bodem uit hun geschiedenis – een gebeurtenis die al snel daarna bekend kwam te staan als 9/11. Op Ground Zero, waar met de recente voltooiing van de Freedom Towers twee indrukwekkende vervangende wolkenkrabbers zijn verrezen, zullen politici en familieleden uitgebreid de bijna drieduizend slachtoffers van de aanslagen herdenken. En in veel landen zal men terugblikken op de gebeurtenissen tijdens die elfde september 2001 en analyseren hoe de wereld sindsdien is veranderd.

In Nederland is de algehele consensus dat 9/11 een ‘grote gebeurtenis’ is, die voor ingrijpende veranderingen heeft gezorgd. Dit werd al in de eerste dagen na de aanslagen zo ervaren. Het hoofdredactioneel commentaar van de Volkskrant op 12 september 2001 luidde bijvoorbeeld: ‘De 21ste eeuw is nog maar net begonnen, maar de ineenstorting van de twee torens van het WTC bewijst dat het terrorisme een van de grootste bedreigingen is voor de toekomst. De nieuwe vijand is gevonden.’ De inmiddels overleden schrijver en columnist Michaël Zeeman schreef, over de volgens hem in de jaren negentig dominante droom dat de wereld steeds conflictlozer werd: ‘Als ik mij niet vergis, is daar nu met een paar rake klappen wel een einde aan gekomen.’ En verder: ‘Aan de sfeer dat er niets op het spel zou staan zolang het maar goed gaat met het postmodernisme en het neoliberalisme, is gewelddadig een correctie toegebracht.’ In de jaren erna is dit beeld van 9/11 blijven bestaan. 11 september 2001 geldt voor veel Nederlanders als een historisch omslagpunt – als de dag waarop Amerika kwetsbaarder, vliegen minder veilig en de radicale islam gevaarlijker bleek dan gedacht.

Maar: wat zeggen we eigenlijk wanneer we 9/11 typeren als een grote gebeurtenis of een historisch omslagpunt? Wat zijn grote gebeurtenissen en hoe komen ze tot stand? Het vijftienjarig ‘jubileum’ van 9/11 biedt een goede gelegenheid om naast de gebruikelijke herdenkingen en reflecties een extra pas op de plaats maken en stil te staan bij dit verschijnsel.

Grote gebeurtenissen, het Nederlandse equivalent van het mooier klinkende Engelse events, worden zowel in de journalistiek als binnen de academie veelvuldig gebruikt als verklaring voor maatschappelijke transformaties. Prominente voorbeelden zijn naast 9/11 de Franse Revolutie, de Tweede Wereldoorlog en de val van de Muur. Hoe zo’n maatschappelijke transformatie door een grote gebeurtenis precies verloopt, wordt meestal niet expliciet uitgewerkt, maar de achterliggende theorie lijkt min of meer de volgende te zijn. Eerst is er de wereld voor de grote gebeurtenis, waarin een bepaalde vorm van politieke, culturele en economische organisatie bestaat. Dan is er opeens een gebeurtenis die voor opschudding en rumoer zorgt, waardoor een samenleving erop wordt gewezen dat de bestaande orde niet langer houdbaar is. Vervolgens komen er razendsnel transformaties op gang, waarna de samenleving in een paar dagen of weken van het oude naar het nieuwe tijdperk schiet. De citaten van de Volkskrant en Zeeman zijn goede voorbeelden waarin deze theorie zit verwerkt, maar eigenlijk kan ze gevonden worden in elke analyse die volgt op zinsneden als ‘sinds 9/11’, ‘door 9/11’ of ‘vanwege 9/11’.

Sociologisch gezien wringt er iets aan deze theorie, en wel dat ze suggereert dat er iets inherents aan de gebeurtenis is dat voor veranderingen kan zorgen. Alsof grote gebeurtenissen buiten de sociale werkelijkheid staan en zomaar, uit het niets, op alles en iedereen hetzelfde effect hebben. Cultuursociologen hebben echter uitputtend aangetoond dat er niet zoiets bestaat als ‘natuurlijke’, ‘objectieve’ ervaringen. Of het nu om opera, een landschap of een sportwedstrijd gaat – wat de ene persoon prachtig vindt, is voor de ander lelijk, en wat de een als schokkend ervaart, beleeft de ander als weinig opmerkelijk.

Betekenisgeving is, kortom, sociaal bepaald, en dit geldt dus ook voor de betekenisgeving van gebeurtenissen. Het is nooit een gebeurtenis op zich die voor veranderingen kan zorgen. Het is bijvoorbeeld alleen maar in een context waarin de Verenigde Staten, New York en de Twin Towers voor de Volkskrant belangrijke symbolische referentiepunten zijn dat men met 9/11 ‘de nieuwe vijand’ kon vinden. Verschillende (moslim)terroristische aanslagen die in de jaren ervoor plaatsvonden, waarbij soms ook honderden mensen omkwamen, brachten de krant namelijk niet tot die conclusie.

Het is dus altijd door het samenspel tussen de in een samenleving heersende ideeën en gevoelens en een gebeurtenis die wordt ervaren, dat er een transformatie op gang kan komen. Maar dit impliceert niet dat de betekenisgeving van gebeurtenissen volledig fluïde is. Zoals cultuursociologen hebben gevonden dat de beleving van bijvoorbeeld kunst weliswaar geen universeel geldig gegeven is, maar wel sterk door iemands sociale klasse wordt bepaald, zo bestaan er ook patronen voor de betekenisgeving van gebeurtenissen.

In mijn promotieonderzoek probeer ik die te achterhalen voor 9/11 in publieke debatten in de Verenigde Staten, Frankrijk en Nederland. Daarvoor analyseer ik op welke manieren de aanslagen tijdens de afgelopen vijftien jaar in het spreken en schrijven van politici, schrijvers, journalisten en columnisten in deze drie landen zijn teruggekomen en welke consequenties zij eraan verbinden.

En inderdaad: ik vind dat er duidelijke patronen bestaan in de betekenisgeving van 9/11. In Nederland wordt het als het gaat om internationale politiek vooral gekoppeld aan het vraagstuk van terrorisme (de war on terror, die president Bush meteen op de avond na de aanslagen afkondigde) en de oorlogen in Afghanistan en Irak. De centrale kwestie in discussies over deze onderwerpen is telkens: in hoeverre moet Nederland de door de Verenigde Staten ingezette acties ondersteunen en volgen? Als de gebeurtenis wordt gekoppeld aan binnenlandse vraagstukken, dan is dat in Nederland enigszins aan veiligheid, bijvoorbeeld in het debat over invoering van de identificatieplicht in 2004. Maar het komt toch vooral terug in het integratiedebat. 9/11 wordt door de Nederlandse publieke elite vooral begrepen als een reden om de rol van de islam in de Nederlandse samenleving te heroverwegen. Dit strekt zich uit van discussies over de opkomst van rechts-populisme, de moord op Theo van Gogh en de vrijheid van meningsuiting, tot de bouw van moskeeën.

Wanneer ik andere Nederlanders dit verhaal vertel, is hun eerste reactie meestal: dit wisten we toch al lang? Na 9/11 zijn de war on terror en de oorlogen in Afghanistan en Irak begonnen en zijn we eindeloos over de islam gaan debatteren – wat is daar nou nieuw aan? Dat is wellicht zo, maar de resultaten worden opvallender in vergelijking met de Amerikaanse en Franse reacties. Dan wordt ook goed duidelijk dat er niet zoiets bestaat als een eenduidige, objectieve beleving van een gebeurtenis.

Als het gaat om internationale vraagstukken zijn de koppelingen aan 9/11 nog wel min of meer identiek. Ook door de Amerikaanse en Franse publieke elites wordt het vooral gezien als aanleiding om veel meer te gaan doen aan terrorismebestrijding en als mogelijke casus belli voor de oorlogen in Afghanistan en Irak. Maar de koppeling aan binnenlandse vraagstukken loopt erg uiteen. In de Verenigde Staten is 9/11 namelijk vooral een ‘veiligheidsgebeurtenis’ geworden. Na de val van de Muur werd het land wereldwijd gezien als een onbetwiste grootmacht. Het feit dat het nu zo’n terroristische aanslag meemaakte, in het hart van zijn economische en militaire centra (het World Trade Center en het Pentagon), werd als zo schokkend ervaren dat er een enorme intensivering van het nationale veiligheidsbeleid werd gestart. De totstandkoming van de Patriot Act en het Department of Homeland Security zijn hiervan de meest tastbare politieke bewijzen. De framing dat 9/11 iets zou moeten betekenen voor de positie van de islam in de Verenigde Staten is daarentegen minimaal aanwezig. Er zijn zeker politici en columnisten die de aanslagen zien als een teken dat moslims beter zouden moeten integreren in de Amerikaanse samenleving of dat er een verbod op moskeebouw zou moeten komen, maar in de totale Amerikaanse publieke discussie over 9/11 is dit een kleine minderheid. In 2004 publiceerde een door de Bush-regering aangestelde groep prominente politici het 9/11 Commission Report, waarin werd geanalyseerd welke beleidslessen de Verenigde Staten uit de aanslagen zouden moeten trekken. In dit liefst 585 pagina’s tellende boekwerk wordt een koppeling tussen 9/11 en mogelijke problemen met in de Verenigde Staten wonende moslims simpelweg niet gemaakt. Er komen allerlei beleidsaanbevelingen voorbij: over terrorismebestrijding, veiligheidsbeleid, militaire hervormingen – maar geen enkele gerelateerd aan dit onderwerp. Dat steekt sterk af bij de Nederlandse blik op 9/11, waar het noemen van de aanslagen bijna synoniem is met het bespreken van de integratie van moslims.

De Franse lezing van 9/11 wijkt hier dan weer van af, omdat de aanslagen daar nauwelijks worden ‘genationaliseerd’. In Franse publieke debatten worden ze vooral tot een internationaal issue gemaakt, als een gebeurtenis die vooral van belang is voor de Verenigde Staten en de internationale politiek, maar niet echt voor de eigen samenleving. De kwesties van nationale veiligheid en de integratie van moslims worden in Frankrijk veelvuldig bediscussieerd, zeker na de recente golf van IS-aanslagen op eigen bodem. Maar 9/11 vervult hierin nooit een belangrijke rol. Het blijft buiten nationale debatten en is voor de Franse binnenlandse politiek dus ook helemaal niet zo’n grote gebeurtenis. Veel van mijn Franse collega’s lijken ook nooit zo goed te begrijpen waarom je onderzoek zou willen doen naar de consequenties die er in Frankrijk aan 9/11 worden verbonden: zo’n aanslag die weliswaar verschrikkelijk was, maar plaats had in een heel ander land, waarom zouden de Fransen die nou van belang vinden? Gewend als ik ben aan de normaliteit van de koppeling van 9/11 aan binnenlandse Nederlandse debatten verbaasde ik me van mijn kant weer toen ik erachter kwam dat dat helemaal niet zo’n natuurlijk gegeven is.

Op basis van dit verhaal valt min of meer uit te tekenen hoe de meeste herdenkingsstukken er in elk land uit zullen zien. Maar 9/11 is op dit moment niet slechts een ‘dode gebeurtenis’, waarover alleen gepraat wordt rond de jaarlijkse herdenkingen. Ook buiten die periodes krijgt het tot op de dag van vandaag nog veel aandacht.

Wel verandert die door de tijd. In de eerste jaren na de aanslagen ging er voor veel politici en commentatoren een heel sterke urgentie van ze uit. Pim Fortuyn kon bijvoorbeeld tijdens zijn campagne voor de verkiezingen van 2002 naar ze verwijzen om aan te tonen dat de islam een ‘achterlijke cultuur’ was, en dat er daarom een strenger assimilatiebeleid voor moslims moest komen. Later ebde de urgentie weg. 9/11 werd steeds meer van een schokkende gebeurtenis die vroeg om directe acties tot een historisch omslagpunt uit het recente verleden, waarover men vooral duidend sprak. Wanneer het tegenwoordig in de Nederlandse media opduikt, is het dan ook vaak in analyses die laten zien hoe er sindsdien anders over de islam wordt gedacht, in plaats van in vlammende betogen die stellen dat vanwege deze aanslagen het overheidsbeleid op de schop moet.

Een uitzondering op deze ontwikkeling vormen periodes rond nieuwe gevallen van moslimterrorisme, zoals de al-Qaeda-aanslagen in Madrid en Londen, in 2004 en 2005, en de meer recente IS-aanslagen in Frankrijk en Brussel. In samenspel met zulke nieuwe gebeurtenissen wordt 9/11 ineens weer van groot politiek belang.

De manier waarop verschilt wel weer sterk tussen nationale contexten. De reacties op de aanslag op de redactie van Charlie Hebdo, in januari vorig jaar, maken dit goed zichtbaar. In Nederland werd naar aanleiding hiervan opnieuw veelvuldig gediscussieerd over de islam. Hoe verhield die zich tot de vrijheid van meningsuiting en andere progressieve waarden als de gelijkheid van man en vrouw of de scheiding tussen kerk en staat? En moesten Nederlandse moslims niet afstand nemen van deze verderfelijke moordpartij? 9/11 kwam in deze discussies vooral voorbij in een opsomming met de hierboven genoemde gevallen van moslimterrorisme. We hadden al die aanslagen gehad, en nu weer deze, was de situatie dan wel niet heel nijpend? Opvallend is ook de sterke mate waarin deze aanslagen worden geïncorporeerd in nationale Nederlandse debatten. De aanval op Charlie Hebdo vond plaats in Parijs en er was geen enkele Nederlandse moslim bij betrokken. Toch verkondigde Ahmed Aboutaleb in een interview met Nieuwsuur ‘rot toch op’ tegen Nederlandse moslims die de kwetsende Charlie Hebdo-grappen niet konden accepteren.

In Frankrijk was de Charlie Hebdo-aanslag – zoals algemeen bekend – ook zeer van belang. De reusachtige demonstratie die een paar dagen later in de Parijse straten plaatsvond, gaf blijk van de Franse gevoelens van afschuw en schok. Volgens president Hollande was Frankrijk ‘in haar hart getroffen’: in het centrum van de hoofdstad en op een redactielokaal van een symbool van de in de Republiek zo hoog geachte vrijheid van meningsuiting. De aanslag werd vaak gedoopt tot het ‘Franse 9/11’. Die typering zegt veel over hoe de Fransen zich tot beide gebeurtenissen verhouden. De schok over de Charlie Hebdo-aanslag wordt ermee benadrukt, want hij wordt vergeleken met een van meest catastrofale gebeurtenissen in de Amerikaanse geschiedenis. En tegelijkertijd is het een bekrachtiging van het idee dat 9/11 dus niet ‘Frans’ is. Het wordt de Amerikaanse versie van een gebeurtenis die de Fransen zelf jaren later mee gingen maken. Even groots en afschuwwekkend, maar ook extern en ver weg.

In Amerikaanse media viel de typering van de Charlie Hebdo-aanslag als een ‘Frans 9/11’ ook regelmatig. De implicatie hiervan was juist dat deze aanslag vooral voor de Fransen van belang was, en geen consequenties hoefde te hebben voor de binnenlandse Amerikaanse politiek. Een belangrijke oorzaak die ten grondslag zou liggen aan de aanslag, de gebrekkige integratie van moslimimmigranten, werd dan ook vaak afgedaan als een on-Amerikaans probleem. Zo schreef Washington Post-columnist Jim Hoagland een dag na de aanslag: ‘Frankrijk heeft in bepaalde opzichten een zwaardere taak in reactie op deze dag van geplande terreur en destructie. Amerikanen zagen 9/11 meteen als een buitenlandse aanval op het homeland. Wij hoefden ons – en hoeven ons nog steeds – geen zorgen te maken over een “enemy within”.’ Discussies in Amerikaanse media over de Charlie Hebdo-aanslag gingen dan ook niet over de vraag of er in de Verenigde Staten iets zou moeten veranderen, maar over hoe Frankrijk er met nieuw integratie- of anti-terrorismebeleid op zou moeten reageren.

Deze vergelijking laat iets belangrijks zien over de uiteenlopende manieren waarop buitenlandse gebeurtenissen kunnen worden beleefd. Niet alleen kunnen de issues waaraan dezelfde gebeurtenis wordt gekoppeld sterk verschillen tussen landen, voordat zo’n framing überhaupt plaats kan vinden, moet er eerst consensus bestaan over het feit dat de gebeurtenis van belang is voor de eigen samenleving. In Nederland gold dit voor zowel de Charlie Hebdo-aanslag als 9/11. In de Verenigde Staten enkel voor 9/11 en in Frankrijk alleen voor de Charlie Hebdo-aanslag. Zelfs een gebeurtenis als 9/11, waarvan velen zeggen dat het van wereldhistorische betekenis is, wordt dus niet in ieder land automatisch als aanleiding voor politieke actie gezien.

Dit alles hangt samen met de mate van internationale oriëntatie die er in deze drie landen bestaat. Hoewel vaak wordt gezegd dat Nederland de laatste jaren steeds nationalistischer is geworden, doen veel buitenlandse gebeurtenissen er voor ons in hoge mate toe. In de Verenigde Staten en Frankrijk is dit veel minder het geval: daar is men zo begaan met het eigen binnenland, dat er buiten de eigen landsgrenzen wel heel wat moet gebeuren wil dat in nationale discussies worden geïncorporeerd. In die zin dringt zich opnieuw de vergelijking op met de beleving van cultuurproducten. Want boeken en liedjes uit het buitenland worden op de Nederlandse markt eveneens interessanter gevonden dan op de Amerikaanse of Franse.

In de dagelijkse politieke strijd zijn grote gebeurtenissen ook nooit dode gebeurtenissen. Er valt voor politici veel winst te halen uit het aantonen dat de belangrijke momenten uit het nationale collectieve geheugen het gelijk van hun wereldbeeld bevestigen.

Een goed voorbeeld hiervan is de betekenis van de Tweede Wereldoorlog in Nederland, en de recente herdefiniëring daarvan door de rechts-populisten. Decennialang gold als onomstreden politieke regel dat een open houding naar migranten nodig was om een nieuwe holocaust te voorkomen. De nazi’s hadden minderheden gediscrimineerd en daarna vermoord, dus elk blijk van intolerantie naar Turkse of Marokkaanse migranten droeg het gevaar in zich dat zoiets opnieuw zou gebeuren. Ed van Thijn sprak deze vrees bijvoorbeeld in zijn Auschwitzlezing van 1984 als volgt uit: ‘In Nederland verschijnen weer bordjes met “Voor joden verboden”, al is de tekst nu aangepast aan de veranderende bevolkingssamenstelling.’ Op basis van dit discours werd Hans Janmaat van het politieke debat uitgesloten. Dit bestaat nog steeds, maar de rechts-populisten hebben hier in de afgelopen twee decennia een succesvol tegendiscours voor ontwikkeld. Hierin geldt het islamisme juist als een ‘fascistische ideologie’ en is een harde toon en aanpak van moslims dus niet slecht, maar hoogst noodzakelijk, om nieuw kwaad te voorkomen.

Een dergelijke herdefiniëring van 9/11 is ook voorstelbaar. Donald Trump is het afgelopen jaar erg kritisch geweest op Amerikaanse moslims, veel kritischer dan voor Amerikaanse politici in de afgelopen decennia gebruikelijk was. Tot nu toe speelt 9/11 in dit verhaal nog niet zo’n prominente rol. Maar het is zeker niet onwaarschijnlijk dat hij de aanslagen op een zeker moment gaat aanwenden als extra reden waarom er geen moslims de Verenigde Staten meer in mogen. Hij zou dan dus op de Nederlandse toer gaan, want hier wordt 9/11 en elke aanslag van moslimterroristen die sindsdien heeft plaatsgevonden geïnterpreteerd als ‘bewijs’ dat er mogelijk iets mis is met de verhouding tussen moslims en westerse samenlevingen.

Rechts-populisten spinnen hier garen bij, want zij zien hun wereldbeeld bevestigd. Mede hierdoor is links in het migratie- en integratiedebat in het defensief geraakt. Het komt na elke aanslag terecht in een al vaker benoemde spagaat. Het voelt zich in de eerste plaats verplicht om moslimterrorisme te veroordelen, want het wil aan de kant van de westerse waarden staan. Na de veroordeling volgt dan altijd de afzwakking dat zo’n aanslag ‘niets zegt over moslims of de islam in het algemeen’. Maar door moslimterrorisme te zien in het licht van een spanning tussen de islam en het Westen is in feite het speelveld van de rechts-populisten al betreden. Wil links weer dominant worden, dan zal het dus met een herdefiniëring van moslimterrorisme moeten komen. Tot die tijd zal 9/11 en elke volgende aanslag gelden als voer om een harde toon tegen moslims aan te slaan en asielzoekers uit islamitische landen te verbieden naar Nederland te komen.

8 Replies to “KWALITEITSJOURNALISTIEK: EVERT EN IRENE VAN DE GROENE OVER 9-11”

  1. “rechts-populisme”
    Tsja, ze schrijft mooi, ik kon tenminste niet stoppen met lezen, maar het hele verhaal is gebaseerd op propaganda en leugens gepubliceerd door derden.
    Ook dat links en rechts is een leugen natuurlijk.
    Wat geen leugen is, het verschil tussen leugen en waarheid in de journalistiek!

    Staat die politicus ergens voor, of verteld die leugens?

    Een andere basis van dit artikel, is volledige hypocrisie.
    Wat herdacht moest worden, de vele onschuldige doden in Irak en Afghanistan.
    Of de politiestaat die het Nederlandse leger in Afghanistan neer zette, dat kan men ook herdenken als hun zoveelste misdaad. Nederlandse soldaten gingen in Afghanistan namelijk politie bureaus bouwen. En wat men ook kan herdenken, de vuile leugenachtigheid van de Nederlandse pers inzake de onderwerpen in bovenstaand artikel.

    De NAVO heeft door die oorlog In Afganistan, op basis van het 9/11 verhaal, pedofielen de macht gegeven over het bestuur in Afghanistan. Dit wordt natuurlijk niet gemeld door de Nederlandse pers, al zag ik het wel verschillende malen langs komen in Amerikaanse en internationale pers. Helaas verpakt als, dat pedofilie een Afghaanse traditie zou zijn, maar de buitenlandse legers daar hebben intussen die pedofiele bestuurders in Afghanistan wel aan de macht gebracht. Amerikaanse soldaten werden zwaar gestraft, als ze die kinderen probeerden te redden.

    Het herdenken van hypocrisie.
    Ik vraag me altijd af waar journalisten het lef vandaan halen om dergelijke leugens als feiten voor de ogen van hun publiek te voorschijn te toveren.

    Er is nog veel meer fout met dit verhaal.
    CIA operaties worden er neergezet als autochtone eigenschappen van Islam.
    Feiten over wat er gebeurde worden helemaal verborgen door een misselijke links rechts dialectiek. Een volstrekt onterecht dialectiek, want bankiers zien niets liever dan links socialisme. Affiches van Che Guevarra bij Marskramer of De Bijenkorf. Adolf Hitler was overigens lijsttrekker van een Socialistische partij voor de Arbeid. Dat hele links-recht verhaal is manipulerende onzin. Machiavellistisch verdeel in heers. Die mensen gaan zich nog eens vreselijks schamen als ze beseffen waar ze mee bezig zijn. Het heeft in ieder geval niets met de realiteit van doen.

    Hierbij herdenk ik een miljoen onschuldige burgers in Afghanistan en Irak, die vermoord en/of gekerstend zijn dankzij de leugens door de internationale pers.
    +++++++++++++++++++++++++=
    Ook verzoek ik Micha hier, om stappen te ondernemen tegen commentaren hier, die zionisme complotten promoten. Het zionisme complot is gemakkelijk te weerleggen met enig onderzoek en gezond verstand. Er zijn afdoende bewijzen gegeven dat de Protocollen van Zion een Hoax waren. De nasleep van de Dreyfuss affaire heeft de onschuld van Joden inzake landverraad aangetoond. Na de Dreyfuss affaire is zelfs bewezen dat het complot tegen Frankrijk door een Rooms Katholieke officier was uitgevoerd. Informatie over de achtergronden van Theodor Herzl zijn verder interessant, maar dat er een complot zou zijn van zo’n klein land als Israël tegen staten op de planeet is behalve ongeloofwaardig, ook levensgevaarlijk voor Joden, want die werden eerder al vervolgt dankzij de Protocollen van de geleerde ouderen van Zion hoax. Welke laatste gebaseerd waren op de protocollen van Bourge Fontaine, ter vervolging van de Jansenisten, een schismatieke beweging binnen het papisme.

    Domheid is niet erg, maar zich voordoen als intelligenter dan men werkelijk is kan dat wel zijn.

    1. Ik weet niet wie AIRVD is maar ik vind het de lading juist dekken: de agenda van Zion –> Zionisten en maffia. Van Dale Maffia ~ geheel van geheime misdadige organisaties.

        1. Dinges je komt wel erg gefrustreerd over de laatste tijd. Wordt het niet eens tijd om je met wat positievere dingen bezig te houden in plaats van hier alleen maar klagen.

  2. Noorwegen heeft al een hek gebouwd bij Rusland. Komen de asielzoekers uit een ander Europees land dan moeten ze terug want ze moeten asiel aanvragen in het eerste Europese land wat ze betreden. Het lijkt wel alsof het roer hier sinds kort 180 graden omgegooid is. Nu was het hier in zeer korte tijd ook flink uit de hand gelopen. Als er een asielzoekerscentrum gesloten werd dan werd het ook totaal vernield uit wraak door de asielzoekers. Eerst zaten ze veel in hotels nu zitten ze steeds meer in grote asielzoekerscentra in de grote steden en die zijn niet zo luxueus. Ik hoorde vroeger eigenlijk nooit iets van een moord of een verkrachting in mijn omgeving maar het laatste jaar was het schering en inslag. Toevallig wel altijd een asielzoeker bij betrokken. De moord natuurlijk met een mes en de verkrachting van natuurlijk een minderjarig meisje. Hou je deuren van je auto altijd op slot als je er in rijdt. Moet je stoppen bij een kruising springt er zo 1 in die een lift wil hebben en die krijg je er niet uit voordat je hem op zijn bestemming aflevert. Dit doen ze ook op de parkeerplaats bij de supermarkt als ze de kans krijgen. Het is gewoon van de zotte en natuurlijk kiezen ze altijd een dame uit om dit bij te flikken.

  3. Zoveel woorden nodig om te zeggen dat de Zionistiche maffia via 9/11 een wereldwijde staatsgreep heeft gepleegd en sindsdien regeert middels terreur en angst. Voor hun nieuwe Werld Orde die dus satanisch blijkt te zijn, het ‘enslaven’ van alle ‘goyim’.

    Ben afgehaakt na de tweede alinea.

Geef een antwoord