OUDERLING ABBINK BERUST NIET IN ZIJN WRAKING

IN HET PV VAN DE ZITTING VAN 7 AUGUSTUS WORDT OUDERLING ABBINK NEERGEZET ALS EEN LEUGENAAR EN EEN ZONDAAR * EERDAAGS OP DEZE SITE: MICHA SPREEKT DE WRAKINGSKAMER VAN HET HOF ARNHEM-LEEUWARDEN TOE * 14 SEPTEMBER VANAF 13:30 HOF ARNHEM: WRAKINGSKAMER OUDERLING ABBINK

In antwoord op uw vragen laat ik u het volgende weten.

In de wraking wordt door mij niet berust.

Van mijn kant bestaat geen behoefte om ter terechtzitting van de wrakingskamer gehoord te worden. Mocht op die terechtzitting evenwel een beroep gedaan worden op feiten of omstandigheden die niet in het proces-verbaal van de terechtzitting van 7 augustus 2015 of in de stukken van het dossier, inclusief de correspondentie, staan vermeld en die voor de beoordeling van het wrakingsverzoek van belang kunnen zijn, dan wens ik daaromtrent wel gehoord te worden. Overigens ben ik graag bereid te verschijnen indien de wrakingskamer dat wenselijk oordeelt.

De beslissingen van het hof waarop het wrakingsverzoek rust, behoren tot de dagelijkse beslissingen die een strafrechter neemt. Daartegen staat – desgewenst en tegelijkertijd met dat tegen de hoofdzaak – beroep in cassatie open. Van enige vooringenomenheid van mij jegens de heer Kat is geen sprake. Dat ik deel heb uitgemaakt van de strafkamer van ons hof die Westenberg heeft vrijgesproken en van de beklagkamer van ons hof die de vervolging van Demmink, in de zin van een nader onderzoek in diens zaak, heeft bevolen, klopt. Of dit op voorhand leidt tot enige vooringenomenheid jegens de heer Kat is ter beoordeling van de wrakingskamer.

Met vriendelijke groet,

mr. H. Abbink

In het PV van de zitting van 7 augustus, toen de ouderling werd gewraakt, lezen we het volgende (aan het woord is Micha’s advocaat):

Dan komt er nog bij, en dat is wat mij betreft de druppel die de emmer doet overlopen, de volstrekte onwelwillendheid ten opzichte van mijn aanhoudingsverzoek, waarbij mijn woorden in twijfel worden getrokken. Ik heb niet gezegd dat ik akkoord was met de behandeling op 7 augustus 2015. U heeft dat nu weer ter zitting gezegd. In dit geval is het dus niet goed geregistreerd. Desondanks trekt u mijn woorden wat dat betreft in twijfel. Dat vind ik een ernstige kwestie. Dat heb ik in mijn e-mail voorafgaand aan deze zitting ook gezegd. Alles overwegende, ben ik van mening dat dit gerechtshof moet worden gewraakt.

En eerder in het PV (opnieuw de woorden van Micha’s advocaat):

Client verblijft in het buitenland en hij kan Nederland niet in. Wij hebben ons volstrekt onvoldoende kunnen voorbereiden voor deze zaak. Ik ben ergens in maart gebeld. door de griffie van het hof. Uit de mail van de voorzitter heb ik begrepen dat dat op 31 maart 2015 was. Dat telefoongesprek is geregistreerd en ik zou hebben gezegd dat de behandeling van deze zaak op 7 augustus 2015 akkoord was. Ik kan dat niet gezegd hebben, omdat ik dat niet met mijn cliënt heb afgesproken.

Hieruit blijkt dat het college-Abbink zich bedient van totaal onrechtmatige ‘guerilla-taktieken’ om de veroordeling van Micha in stand te kunnen houden. De waarheid en de feiten worden gewoon van tafel gespeeld en vervangen door de gewenste feiten door Abbink cs.

Eén reactie op “OUDERLING ABBINK BERUST NIET IN ZIJN WRAKING”

Geef een antwoord